Lichtend spel


Vlammend schijnsel vanaf vroege morgen
over nevel en dauw ontsprongen
in straling en warme gloed

bij je weerspiegelende deining over golven
zit ik dromend te staren op het duin
waar water en licht de einder voedt

en waar in ritme van eeuwige zangen
de getijden naar de kusten voeren
de stem van het verlangen

droom van vele eeuwen een lokkende roep

tot het licht ook nu in vlammend schijnsel
langzaam dooft achter de horizon
in schittering van vele kleuren

en haar echo keert in golven weerom.

Dr0ef,droef,droevig


Lijkt me wel, kasteelheer te zijn
tussen veilige hoge muren
omgeven door diepe gracht
vanuit het torentje gluren
waar onder het balkon
een schone op mij wacht
terwijl ik luiken sluit voor buren,
de nachtegaal zingt zacht,
open ik voor haar de poort
en zo vriendelijk dat zij lacht
leest men de volgende dag
jonkheer Ridder Lapzwans
in z’n slaap vermoord.