Eeuwig licht en warmte

Heer op aarde hoef ik als ster niet te stralen
laat mij liever maar een heel klein kaarsje zijn
één die in niet valt bij Uw grote zonneschijn
laat mij mijn geringe warmte bij U halen

ik wil dan branden in een donkere hoek
met mijn vlammetje verspreiden ‘t zwakke licht
geef dat dan die schijn op woorden is gericht
die van Uw liefde vertellen in Uw boek

laat mijn zwakke schijnsel in duistere nacht
vele mensen leiden op Uw geëffend pad
naar het eeuwig licht dat daar op ons wacht

Heer, daar houdt Uzelf ons bij de hand gevat
daar is geen kleine of grote kaars meer nodig
Uw licht en warmte maakt alles overbodig.

Hoop door ’t lege graf

Gesloten is ons graf met aard of steen
symbolisch eind van ’t aardse leven
in duisternis gehuld eenzaam, alleen,
zoals wij waren, in de dood gebleven.

Zie nu het lege, open graf vol licht
dat met een straal van hoop omhult de mens
vergeving in genade heeftt verricht
door liefde met ontferming zo intens.

’t Geopend graf heeft ‘t kwade overwonnen,
geeft zekerheid, ‘t aardse graf blijft dicht
ons lichaam door de satan hier geronnen
zal sterven maar de ziel zal stijgen in ’t licht.

Zo sluit met aarde ‘t graf, toch blijft het open
door ‘t lege graf mag ieder mens nog hopen.