Wandeling


De dagen die ik ga zijn eindeloze paden
Telkens verwijderd zich de verre horizon
Mijn schreden zijn zwaar met last beladen
Verwijderen traag ’t punt waar ik begon

Geen stap brengt mij vooruit in ’t heden
En achter mij een blinde muur
Door tegenslag vervolgt mij het verleden
Als schaduw door het licht van uur tot uur

Toch gaan mijn dagen als seizoenen
En nemen ook voorjaarskleuren aan
Zo kan ik mij met het heden verzoenen
En kan ik optimistisch over paden gaan

En over verre horizon zie ik nu de glans dagen
Van wat verleden mij eens bracht
Hoef ik mij niet langer af te vragen
Hoe lang nog duurt die duistere nacht

Golvende gedacten


Mijn gedachten in besloten wezen
en ruimte aan mij toebedeeld
binnen grenzen tussen hoop en vrezen
zijn niet meer of minder dan mijn leven
in kwadranten van tijd verdeeld
als seizoenen in alle jaren
verschillend in klimaat en kleur

’t langzaam schuiven van wolken
langs een Pruisisch blauwe lucht
of als donkere flarden jagend
door somber grauw firmament
pijnlijk getroffen door bliksemschicht
om weer tot rust te komen
bij aanblik van een vogelvlucht.

Hemels paradijs op aarde


Tere vleugels door de tuin
als engelen in het paradijs
kleurrijk van bloem tot bloem
genietend van zoete nectar.

Ook zacht klinkt het gezoem
van honderden bezige bijen
honing verzamelend in raat
en bevruchten zo het zaad.

Verzameling van stil genot
toonbeeld van uitbundig leven
schoonheid en geluk zoals eens God
ons in de schepping wilde geven.

Doorbreken


Achter het licht van het venster
zit ik verscholen in hoeken
van beschaduwde gedachten
uit het binnenst van mijn gevoel
waar woorden slechts geborgen
voorzichtig daglicht betreden

zoeken zon en warmte
als in omhelzing van mijn lief
schuwe naaktheid terzijde leggen
verwelkomen zonneschijn
en licht dat de horizon beschijnt
in ruimte opnieuw herboren.

Satanische terreur


Ellende dat jij ter wereld strooit
o kwaad dat wordt bedreven
die van schoon en eer berooid
vanuit hoogste regionen verdreven
eens brengt het jou zelf ten val
in diepte van jouw eigen vonnis
vanwaar geen ziel ooit keren zal
maar crepeert in diepste duisternis.

Bries dan nog rond met jouw laatste trek
bedreig rechtschapenheid op aarde
waar vrede heerst is voor jou geen plek
daar jij slechts bedrog en leugen baarde
jij komt om in diepte van je eigen pijn
elk die herinnering aan jou bewaarde
zal van jouw kwelling getuige zijn
jij schepsel Gods dat zichzelf tot dood ontaarde.

Het allergrootste Kruisleed


Zo vele angsten en verlatenheid,
heeft Christus voor ons gedragen.
Alleen voor onze ziel en zaligheid,
daar wij niet om vergeving vragen.

Hij doorstond kruis, hel en graf,
werd gemarteld, gepijnigd en bespot,
droeg voor heel de mensheid straf
en vergaf ons dit als Zoon van God.

Deze liefde kunnen wij niet bevatten.
Het zwijgend dragen van dit leed.
Maar wij kunnen ook nooit inschatten,
wat Hem werkelijk zo veel pijn deed.

Jezus was de Zoon des Allerhoogste.
Jezus was de enige Zoon van God.
Toen men Hem aan ‘t kruis verhoogde,
dacht niemand aan zijn eigen lot.

Jezus, in de Drie-eenheid onze Heer,
kende als Alwetende des mensen ziel,
wist dat niemand zou houden aan Zijn leer,
dat elke keer de mens Hem weer afviel.

Daarmee doen wij Hem het meeste pijn.
Nog meer dan door Zijn dood aan ‘t kruis,
waarna wij Hem nog niet dankbaar zijn
en brengen onszelf steeds verder van huis.

Als Jezus gedenkt wat Hij voor ons deed,
dat Hij der wereld zonden heeft gedragen,
dat Hij zelfs voor ons tegen satan streed,
mag Hij niet een beetje dankbaarheid vragen?

Leugen?


Wat is mijn overtuiging waard
of zou mijn geloof nog gelden
als ik mij door alleen emotie laat leiden
mijn gevoel in tegenstrijdigheid ontaard
daardoor leugen voor waarheid laat
en als meeloper laten verleiden.

Ik ben als een mens geschapen
met al mijn plichten en mijn recht
bewust wat de schepper heeft geschonken
heb ik het nat der druivenrank gedronken
gegeten van het gebroken brood
het lichaam van het Lam
gebroken voor mijn ziel.

Veertig


Veertig eeuwen was de Messias reeds beloofd
wist God dat wij in zware nood
niet langer meer Zijn belofte hadden geloofd
door vele zonden veroordeeld waren tot de dood

Veertig, het getal van Gods volmaaktheid
de jaren dat Zijn volk trok door de woestijn
na het vertrek uit Egypte naar nieuwe vrijheid
ook als hun straf diende dat veertig zijn.

Veertig dagen trok ook Jezus na Zijn doop
door satan op de proef gesteld
gaf ook toen de duivel geen enkele hoop
ook al had die Hem tot uiterst toe gekweld.

Veertig dagen liep Jezus nog op aarde rond
voordat Hij ten hemel op zou varen
nadat Hij uit het graf opstond
om ons voor eeuwige dood te bewaren.

Heb steeds de goede weg gezocht


Langs wegen zo verlaten
zo stil dikwijls en doods
eenzaamheid als door godverlaten
zwalkend zonder gids of loods
zoek ik vruchteloos te vinden
het doel waar deze weg mij leidt
maar laat mij slechts binden
aan valse hoop die niet bevrijdt.

Geeft U mij Heer Uw leiding
neemt U op deze weg mijn hand
wees Zelf, o Vader, mijn bescherming
leid U mij veilig naar het Vaderland
dan gaan mijn wegen over rozen
heb ik steeds een Vriend aan mijn zij
weet dat ik de goede weg heb gekozen
ben ik uiteindelijk voor eeuwig vrij.

Iskariot


Zo graag had ik gelopen daar naast Judas
gepraat met hem over Romeinen en politiek
en over zijn grote Meester die mensen genas
wat volgens hem oplossing was in zijn optiek.

Zo graag had ik gesproken met Judas
over zijn vele zorgen voor zijn volk en land
om te begrijpen wat voor mens hij echt was
waarom hij zo aan zijn vrijheid was verpand.

Zo graag had ik aangelegen naast Judas
om diep in zijn ogen zijn verdriet te zien
dat zijn Meester niet die machtige Koning was
die het volk Israël zou verlossen misschien.

Zo graag was ik met Judas mee gegaan
had met hem gesproken en bij de hand gevat
om hem te smeken niet verder te gaan
gezegd; “Judas, wat je ook doet, doe niet dat!”.

Ik geloof niet dat Judas naar mij had geluisterd
misschien was ik wél met hem mee gegaan
wie-weet had hij mij in het oor gefluisterd
ook niet meer verder met die Rabbi mee te gaan.

Nooit zullen wij weten wat Judas heeft bezield
maar laten wij ons nooit beter dan hem prijzen
ook niet als u vandaag nog voor God knielt
hoe ver u van Judas staat kan alleen God bewijzen.

Kleur en geur


Bleke zon, een woud van kleuren,
stilte, die je haast nergens vindt,
gezonde lucht, boeket van geuren,
stil genieten, als een kind.

’t Vee, vredig grazend in de wei,
in struiken, tonen van een merel,
een natuur, zo toomloos en vrij.
Zo is de rust in een vrije wereld.

Over het weidse polderland
ontvouwend, als imménse ruimte,
boven nevels ’t silhouet van een boerderij
als een schip, dat is gestrand.

Alles omlijst door kobaltblauwe lucht,
verre horizon als schone lijst,
met vogels in hun verre vlucht.
Voor schoonheid is niet meer vereist.

Zó moet het bij de Schepping zijn geweest,
vol rust, vol kleur en vrede,
een wonder, een dans, een feest,
wat niet meer is. Wat is de rede?

Als de zon ter kimme gaat dalen,
de laatste geluiden sterven weg,
de nevel rood kleurt in haar laatste stralen,
blijft schoonheid van woud, bomen en heg.

Flat


Konijnen horen niet in hokken opgesloten
die laat mijn vrij huppelen in ruime ren
zodat ze zich niet aan elkaars gedrag stoten
toch ben ik blij dat ik geen konijn ben.

Ik kan gaan en mij bewegen
als het moet zelfs door het platteland
met soortgenoten over overvolle wegen
overal heb ik de vrije hand.

En ’s avonds na een lange dag
kruip ik weer in m’n eigen hol
bedenk met cynische lach,
“Zo, dit konijnenhok zit weer vol”.