Wintercharme


Hoe stil ligt nu wateroppervlak
verstijfd als dood geboren
geen rimpeling maar vlak en strak
spiegelend kou bij zonnegloren
langs oevers het geknakte riet
als met een poederlaag bestoven
wat decoratieve schoonheid biedt
in natuurlijk gebonden schoven

daarboven door azuren blauwe lucht
een enkele wolk als donzen vlek
afgewisseld met een vogelvlucht
van wilde ganzen op hun trek
stil en verlaten ligt nu het veld
de wereld lijkt wel uitgestorven.

Goedheid zo groot


Als mens kan ik niet verlangen
dat U nog naar mij omziet Heer
word ik haast door angst bevangen
veroordeeld te worden door Uw leer

mijn enkel menselijk denken
begrijpt Uw grote goedheid niet
dat mijn daden U niet krenken
als U mijn oprecht berouw ziet

in genade wilt U vergeven
mijn alledaagse domme schuld
wilt mij in Uw liefde laten leven
ziet mij met Uw eindeloos geduld

hoe groot moet Uw goedheid wezen
zo dat U Zélf de zonden draagt
zodat níémand U hoeft te vrezen
die U nederig om vergeving vraagt

Gebed aan begin van de dag


Dank ook voor deze morgen
misschien niet naar onze zin
maar houdt zoveel verborgen
vol van vreugde en gewin.

Met gulheid schenkt U leven
op aard aan mens, dier en plant.
Wil ook Uw zegen geven
aan vorstenhuis en dit land.

Wil ieders wensen horen
die goed zijn naar Uw woorden
vanuit een hart geboren
met zuivere akkoorden.

Bewaar ons weer deze dag,
maak ons in liefde dronken
zodat wij zien met ontzag
wat U ons hebt geschonken.