Natuur en gedicht


Heerlijk te zingen in gedichten
over zonneschijn en natuur
als de vreugd straalt van gezichten
onder witte wolken in ’t azuur

dwalend over schaduwrijke paden
door groene weelde in veld en bos
in verfrissende rivieren baden
rustend in gras of picknicken op mos

overal heerlijk geurende bloemen
in tuin, veld of langs de waterkant
genot is gewoon niet op te noemen
waar je bent in bergen of op strand

Ochtendsonnet


Als de zonnestraal die de dag begroet,
als hoop en ware blijk van Uw zijn.
Laat dat een dag zijn dat ik U ontmoet,
een dag van vrede en zonneschijn.

Heer een dag van liefde en van rust,
waarvan de wereld slechts kan dromen.
Op zo’n dag worden wij ons bewust
dat U in vrede weer zult komen.

Maar valt toch die dag ons wat tegen
en is niet zoals wij hadden gedacht
blijf ons, Heer, dan toch ten zegen
bescherm ons ook door komende nacht.

Ook al morren wij en zijn ontevreden.
Heer luister toch naar onze gebeden.

Hoop eens in mij geboren


Wie zal het Woord ontnemen
gegeven in mijn brein ontstaan
als strijdbaar voelbaar leven
waar ik ooit heen wil gaan.

Mijn hoop te blijven volgen
hetgeen mijn deugd steeds voedt
wat eens in mij is geboren
en mij voor val behoedt.

Wat is dan toch de onrust
die mij drijft in het ongewis
als schip naar vreemd kusten
naar vaste wal die ik mis.

Waai dan wind in de zeilen
waar ik ooit heen wil gaan
geef mij de rust van het heil
waar voeten op vaste wal weer staan.

Niemand ontneemt het Woord
Hij is voor mij de gestreden strijd
de Hoop eens in mij geboren
die mijn innerlijk steeds verblijdt.

Uw wil geschiede


Mijn eigenwijsheid,
mijn verzet tegen Uw leer,
mijn domheid en mijn strijd.
Uw wil geschiede, Heer !

Mijn zucht naar macht,
onvrede, keer op keer,
zege, die ik verwacht.
Uw wil geschiede, Heer !

Mijn ongeremde woede,
of angsten, stoer of teer,
verdringen,vragen naar Uw hoede.
Uw wil geschiede, Heer !

Mijn machteloze streven,
in ‘t goede, of verweer,
in sterven of bij leven.
Uw wil geschiede, Heer !

Mijn smeken om vrede,
hoor dat, telkens weer,
breng de mens tot rede.
Uw wil geschiede, Heer !

Mijn wensen, U bekend,
mijn streven naar steeds meer,
mijn beden, die ik tot U zend.
Uw wil geschiede, Heer !

Wintercharme


Hoe stil ligt nu wateroppervlak
verstijfd als dood geboren
geen rimpeling maar vlak en strak
spiegelend kou bij zonnegloren
langs oevers het geknakte riet
als met een poederlaag bestoven
wat decoratieve schoonheid biedt
in natuurlijk gebonden schoven

daarboven door azuren blauwe lucht
een enkele wolk als donzen vlek
afgewisseld met een vogelvlucht
van wilde ganzen op hun trek
stil en verlaten ligt nu het veld
de wereld lijkt wel uitgestorven.

Goedheid zo groot


Als mens kan ik niet verlangen
dat U nog naar mij omziet Heer
word ik haast door angst bevangen
veroordeeld te worden door Uw leer

mijn enkel menselijk denken
begrijpt Uw grote goedheid niet
dat mijn daden U niet krenken
als U mijn oprecht berouw ziet

in genade wilt U vergeven
mijn alledaagse domme schuld
wilt mij in Uw liefde laten leven
ziet mij met Uw eindeloos geduld

hoe groot moet Uw goedheid wezen
zo dat U Zélf de zonden draagt
zodat níémand U hoeft te vrezen
die U nederig om vergeving vraagt

Gebed aan begin van de dag


Dank ook voor deze morgen
misschien niet naar onze zin
maar houdt zoveel verborgen
vol van vreugde en gewin.

Met gulheid schenkt U leven
op aard aan mens, dier en plant.
Wil ook Uw zegen geven
aan vorstenhuis en dit land.

Wil ieders wensen horen
die goed zijn naar Uw woorden
vanuit een hart geboren
met zuivere akkoorden.

Bewaar ons weer deze dag,
maak ons in liefde dronken
zodat wij zien met ontzag
wat U ons hebt geschonken.

Platteland nu


In luwte van wind en zonneschijn
stil aan het oog ontrokken
slechts een schaduw van weleer
en kracht uit jonge jaren
staar ik voor mij uit over de velden.

Het uitzicht doet mij zeer.

Nog zie ik daar de koeien grazen
en hoor de kievit en de “griet”
zie mijzelf nog slootje springen
de hond rennen achter hazen
maar zie hier nu geen koeien

en vogels hoor ik niet meer.

Doorsneden zijn nu de landerijen
met wegen waarover auto’s gaan
en overal ziet men megabedrijven
voor kippen, varkens of koeien staan
hoort men over stankoverlast klagen.

Tijden veranderen, telkens weer.