De aaibare natuur


Zo droef staan wilg en berk
met hangend hoofd en ledematen
al kleumend tussen riet
aan de oever van de trage vliet
waar menig treurende kikker
verlies van man of kind beweent
al schuilend voor de ooievaar
wegduikend bij naderend gevaar
van die hoogbenige rover
in veilige onder waterland
en dan…, je wilt ’t niet weten,
worden ze door snoeken opgevreten.

Levensbepaling


En verder gaat de tijd
Jaren zijn er langer dan ons leven
Noch aan vrede of rust gewijd
Drijft in onophoudelijk streven
Ons steeds door ’t heden heen
Naar onzekere tijden
Waar uren en dagen rijgen aaneen
Zonder aan gevoel te wijden

Maar is ‘t de tijd die het bepaalt
Hoe ons leven wordt ingedeeld
En in toevalligheden vertaalt
Tot eeuwig bestaand zinnenbeeld

Gestage tijdstroom


Tijden nemen mij mee
in hun stroom
zacht laat ik me drijven
tussen oeverloos lijden
en stroomversnellingen van feest

gestaag glijden de oevers
mij onttrekkend
aan het oog der vogels
die azen op mijn hart
langs water dat mijn brein ontwart

en aan het eind der stroom
beland in eindeloze zee
vermenigvuldigd met gelijken
dansen wij verheugd
vrij van horizon tot horizon.

Hoe en waar kunnen wij vinden


Vergeefs zoeken wij geluk of voorspoed
kunnen dat niet in waarden vinden
van aardse rijkdom, goud, geld of goed
bij mensen die wij benaderen als vrinden.

Wanhopig zoeken naar vrede op aard
steeds streven naar menswaardig leven
ruimte geven die niet in dwang ontaard
in samenwerking naar verdeling streven.

Maar slechts echte vrede is te vinden
als wij samen ooit nog eens begrijpen
dat alle mensen bij elkaar als vrinden
verstand om het delen laten rijpen.

Dan zullen wij geluk niet hoeven zoeken
en vinden allen voorspoed en vree
bij het kind in de kribbe in doeken
ga dan naar die stal in Bethlehem mee.

Als ’t zand in de zandloper


In stilte is de tijd voorbij gegaan
Ongezien over heuvels en door dalen
En wij zijn dikwijls stil blijven staan

De tijd is door ons niet in te halen
Hij gaat met rasse schreden door ons leven
Ons resten slechts de verhalen
In overlevering doorgegeven

Voor ons is de tijd het heden
Die naar de toekomst uitzicht geeft
Waarin men met de rug naar het verleden
Hopelijk alleen naar beter streeft

Vervlogen tijden


De tijd wat is de tijd dan vliegen, door te rennen,
om steeds terug te zien wat was en verder gaan
nog meer gebruik van tijd en niet te blijven staan
dat is verloren tijd en moet je niet aan wennen

de tijd, de tijd jaagt voort en kent noch tijd noch rust
onzeker is de klok die onze tijd bepaalt
van ’t komen en gaan de tijd wordt duur betaald
is reeds in vroege ochtendstond op jacht belust

doch bij het gaan der jaren vergrijst vervliegt de tijd
en kunnen wij nog slechts kleine uren sparen
die ons nog zijn bedeeld in snippers toebereid

was tijd geen spiegeling van hoop in onze jaren
dat is waarom wij nooit en nimmer konden vermijden
verdriet in alle eeuwigheid van vervlogen tijden.

Gewacht op eigen in vulling


Iedere Kerst denken wij,
nu zal de vrede komen,
vrede die het Kind op aarde brengt
als voor de herders en de vromen
in de engelenstem vermengt.

Maar na iedere Kerst
komt weer de droefheid.
Weer hebben wij voor niets gewacht
als onze verwachting al eeuwen slijt
sinds die Heilige Stille Nacht.

Toch is die vrede ons gebracht
voorzegt door die schone engelenkoren
noch in die zelfde Stille Nacht
dat de herders hun zangen hoorden,
dus hebben wij alleen op onszelf gewacht.

Één avond de kerk té vol


Weer zal de kerk vullen
van voor tot achter toe
zelf stoelen worden bijgeschoven
de kerkenraad wordt niet moe

ieder geniet van de viering
kerstboom prachtig opgetuigd
en overal hangt versiering,
een behaaglijk warme sfeer

schone liederen worden gezongen
over herdertjes en engelen
die in een kleine stal
samen loven onze Heer.

Maar die arme mensen
met die kleine jongen
kunnen er niet bij,
daarvoor is geen plaatsje meer.

Ave Maria


Waar rust van lawaai wint
en verspreidt in stille akkoorden
geluiden als streling voor gehoor
om uit diepte van genieten
te stijgen tot hemels zachte tonen
ongekend aan aardsgenot.

Zo klinken zacht de klanken
uit orgel, koper en van koren
en wonderschone zang der tenoren
in ruimte met mooiste akoestiek
daar klinkt straks de boodschap na
“Wees gegroet. Ave, Maria!”.

Sonnet op klompen


Ik zou sonnetten willen schrijven
de één na de ander achter elkaar
dat is misschien wel heel erg raar
en moet ik gewoon bij dichten blijven

vermaken doe ik mij met versjes
al lijkt het helemaal nergens naar
beschouw het slechts als vreemd gebaar
tussen boerenkool en spruitjes

ik doe zo wat als ’t maar swingt
en niet teveel op boerenklompen
door stront of mest omdat dat stinkt

ik wil emmers water pompen
met alle meiden op mooie benen
en dansen met hen door straten henen.

De jonge Don Juan


Wat heb ik lang verlangd naar jou
toen we eindelijk samen waren
wist ik echt niet wat ik zeggen zou
zat daar te draaien en te tollen
en lachen als een schaap.

Toen jij zachtjes op mij aankwam
schoof ik beleefd een stukje op
hield mijn handen angstvallig op mijn schoot
want om je aan te raken
geneerde ik mij dood.

Maar toen jij met zachte stem begon te praten,
zei dat je mij best aardig vond
stond ik gelijk in vuur en vlam
kwamen de vlammen uit mijn mond
was ’t of dat mekkerend schaap begon te blaten.

Ik ben toen heel stiekem tegen je aan gegaan
heb genoten van je heerlijke lucht
maar toen ik je knie betaste
ben jij hard gillend weggevlucht
en mij liet je beteuterd en blozend staan.

Het nieuwe licht


Geen nachten donkerder,
geen dagen somberder
dan de laatste dagen
van het jaar.

De hemel bedekt en huilt tranen
het afscheid val hem zwaar
toch trekken wij tezamen
op naar het nieuwe jaar.

En in die tijden wordt geboren
weer het nieuwe vredeslicht
waarin wij weer zullen horen
het wonder eens door God verricht.

Gelijk de herders


Laat mij beleven die stille nacht
in verre veld onder sterrenpracht
luisterend naar zang van engelenlied
naar hun boodschap die vrede biedt

laat mij met de herders gaan
naar die stal niet ver daar vandaan
offers brengen aan dat pasgeboren kind
die ons Zijn liefde biedt als vrind

laat mij knielen bij Zijn kribbe neer
Hem aanbidden als ons aller Heer
danken voor Zijn komst op aard
Hem te eren is mij alles waard.

Ik zócht


Ik heb U gezocht, vandaag,
maar kon U nergens vinden.
Ik heb U gezocht, vandaag,
vond U niet bij mijn vrinden.
Zocht U werkelijk overal,
weet niet waar ik nog moet zoeken.
Benieuwd waar ik U vinden zal,
zocht hier en daar, in alle hoeken.
U zult toch niet zijn weggegaan
en mij alleen hebben gelaten?
U laat mij toch niet eenzaam staan,
U hebt mij toch niet verlaten?

Mijn kind, je was zo druk vandaag.
Het was alsof je iets niet kon vinden.
Je weet het toch, Ik help je graag,
Ik ben toch één van je beste vrinden?
Maar, Ik wilde niet vragen wat je zocht,
je was veel te veel in beslag genomen,
ik vond dat Ik je nu niet storen mocht,
ik dacht, hij zal wel bij Mij komen
en vragen dat wat hij nodig heeft.
Wellicht doet hij zijn probleem uit de doeken.
Ach…, Ik wéét toch wat er in je leeft.
Ik heb je zelfs nog hélpen zoeken