Maandag, marktdag


Boven het geroezemoes van de markt
beierde het carillon hoog in de toren
kooplui prezen hun waren in de kraam
voddenman op klompen riep om lompen
ergens hoorde je paard en wagen gaan.

Daartussen liepen wij als boeffies
verstoppertje spelend tussen de kramen
of hielpen de groenteboer samen
z’n handkar duwen tegen een hoge brug
kwamen met rode koppen en appel terug.

Maar net op tijd haalden we de school
om braaf in leerboeken te verdiepen
dat daar iets van kwam was “Apenkool”
niemand die zich nog concentreren kon
op de markt hoorden we nog ’t carillon.