Herinnering aan mijn polder


Meerdere malen dwaalt mijn gedachte
naar de polder waar ik ben geboren
waar ik door velden zwierf in ochtendgloren
de zon vanaf de horizon mij toelachte

dan zie ik witte wolken door blauwe lucht
herinner mij nog vage bossen langs de kim
een verre struik als een nevelige schim
hoor de weidevogels in hun ochtendvlucht

nog stijgt de zon daar dagelijks over velden
en is het gras er nog steeds even groen
veel heeft voor economie moeten ontgelden

het weidse uitzicht is niet meer zoals toen
weiden zijn doorsneden met wegen en spoor
en nergens ligt er stilte meer zo in ’t gehoor.

Driemaal Latijn


Die avond op dansles
weet je nog
niet te warm
zodat we dicht tegen elkaar
die roemba dansten
als zweefden we door
zaal en luchtledig
alleen gedachten bij elkaar
of in die tango
waarin onze benen
bijna verstrikten
omdat we alleen maar
oog hadden voor elkaar
en daarna chachacha
dat was voor die avond
nagerecht, dat was vla.

Daarna gingen we Rocken
door warmte steeds
verder uit elkaar
tot we elkaar niet meer zagen
en ik verlang nog
naar die drie
Latijn-Amerikaans.