Verlangen als Hooglied

Het zachte licht gaat schuil in donker
één voor één sieren sterren de hemelboog
stralend met hun helder geflonker
in ’t zilveren schijnsel der maan
klinkt fluisterzacht door kruinen der bomen
als in engelenkoor jouw naam

velden kleden zich in blinkende sluier
als een bruid die op haar minnaar wacht
komend over de stroom der liefde
gedreven door verlangen en hoop
dat zijn geliefde hem met blijdschap verwacht
tot in een eeuwig durende huwelijksnacht.

Duurzame natuur

Ik zal nooit wennen aan de drukte in de stad
al heb ik vele jaren daar op school gezeten
en heb in broeierige klassen zitten zweten
maar had ’t na veertien jaren al wel schoon gehad.

Ik heb gezworven door de weidse landerijen
genoot de vrije frisheid en het ruime zicht
en ied’re dag in warmte van het zonnelicht
aanschouw ik vlucht van vlinder en gezoem der bijen.

Doch zie ik aan de kim beton steeds naderen
het ruime veld verdwijnt achter flat en dijken
hoe ‘t verder gaat, mij stolt ’t bloed in d’ aderen,

misschien dat groen en akkers voor huizen wijken
dan gaat ook ruime horizon voor goed verloren
de vraag is, hoeveel vogels wij dan nog horen.