Maan- en sterrenromantiek

Heb je de knipoog gezien

van de volle maan

voor hij verdween

achter wolken

en komt zo nu dan spontaan

weer door de spleten heen

om dan heel misschien

zijn liefde te vertolken

voor jou als op de aard

dat kleine stralende sterretje

heb je mijn knipoog gezien

bij heldere volle maan

voor jou kwam ik in ’t volle licht

achter de wolken vandaan

en zag je het papier

daarop schreef ik dit gedicht

in ‘t fonkelend sterrenlicht

met maannachtwoorden

die ik heb bewaard

voor jou, mijn sterretje op aard.

Jeugdige ouderdom


Gisteren kwam ik weer langs die bloemenwei
waar wij in het warme voorjaar speelden
en dacht, wat is dat allemaal lang voorbij
ook dat wij samen daar die dropjes deelden.

De tijd gaat in ons leven toch zo razend snel
amper kunnen wij van jeugd nog te spreken
dagen van ons goede doen verdwijnen in een tel
komen we in ouderdom gevuld met gebreken.

Maar jaren is slechts tijd gevuld met leven
als ze ook werkelijk energiek worden benut
’t zij in jong of bij ouderdom is ‘t om ’t even
raak ook niet bij ieder wissewasje in de put.

We worden ouder


Over witte serene velden
hoorde ik bronzen klokken
als stemmen van heel ver
over de verstilde landerijen
met boerenhoeven her en der.

Zag het gekrookte riet
langs bevroren water
en de berijpte bomen staan
en besef pas nu veel later
dat ook die tijd is voorbij gegaan.

Sta nu stil op de brug te dromen
starend over ’t kabbelend vlak
wat eenden bijeen op een stam
nog mijmerend over vroeger
en tijd die mij mijn jeugd ontnam.

Schone muze


Mijn muze ik wil je aan mijn zij niet ontberen
Jij bent de inspiratie van stem, mijn lach, mijn zang
Uit jouw stem kan ik steeds weer de woorden leren
Jouw uitstraling en liefde is waar ik naar verlang

Ach, blijf schoonheid in het ritme van mijn gedicht
En schenk ‘t metrum van je melodieuze stem
Zweef door mijn brein als schone vlinder vederlicht
Met jouw ideeën zo lieftallig en adrem

Als vogelzang hoor ik jouw wonderschone lach
Ik zie je figuur als een heldere fontein
Je slanke taille zo ik bij geen vrouw ooit zag
Ja heel mijn leven wil ik enkel bij jou zijn

O schone muze, elke dag dat ik jou bemin
Geeft mijn leven als een zonnestraal weer zin.

Een gewone herfst


Kleurrijk vallen de bladeren
van nakende takken in ‘t bos
geur van paddenstoelen
over paden kruipen slakken
het tuinpad bedekt met mos.

Korten van de dagen
hemel wisselend grauw
tussen takken spinnenwebben
rijk gepareld door dauw
schitterend in late zonnestralen.

Zacht gevoel van weemoed
over fris en groen getij
en kleur en geur van bloemen
van het jonge leven in de wei.
Herfst, te mooi om op te noemen.

Dooreen lopend


Duidelijk tekenen schaduwen van bomen
hun leed af tegen het arme zand
als plat gewalste bloemen

water stroomt in brede geulen langs randen
waar dorstende aarde wacht
tot verzonken dorre hei

en wind strijkt over de golvende gele akkers
al spelend met toekomstig vallen
van overvloedig rijpend graan

beierend geven ginds de verre torenklokken
als roep vanuit ver verwijderde oorden
nieuwe tijden van een oud bestaan.

Hemels jaargetijde


Vanuit de hemel kwam je naar beneden
nam de glans van sterren met je mee
heel die nacht heb ik jou aanbeden
mijn wonderschone herfstfee.

In jouw ogen schijnt licht der sterren
jouw gelaat draagt glans der maan
jouw lichte tred hoor ik van verre
als zacht briesje door bladeren gaan.

Kleuren waarmee jij dagen wil sieren
verraden jouw heerlijk aanwezig zijn
en laten ons verheugd vieren
’t rijpen van druiventrossen voor de wijn.

Herfsthoop


Vermoeide bladeren zijn gevallen
hebben zich ter aarde gevleid
en door kale takken zingt de wind
een zacht weemoedig herfstlied

herinnering aan warme zomer
een klaaglijke melodie
over tijden die zijn gegaan
als het mijmeren van stille dromer

maar zacht ook klinkt als harpmuziek
een toon van hoopvol verlangen
die tussen slapende bomen door
tot nieuwe geboorte blijft hangen.

Elke dag in ’t leven


Mijn dagen zijn mij kostbaar
Nu mijn uren zacht heengaan
Tijden die ik draag in mijn hart
Vanaf mijn jeugd en kindzijn
Mijmerend tot het heden
Herinneringen uit tijden
Nog niet eens zo’n ver verleden
Als men de tijd in universum telt

Korte tijd is de mens beschoren
In een leven van stille aard
Dikwijls in eenzaamheid verloren

En ergens hangt de hoop
Dat toekomst eeuwig zal duren
Waarin vrede en liefde
Pijn angst en haat doen vergeten.

Stille troost


Het was zo’n groot verdriet
toen ik jou los moest laten
alles viel voor mij in ‘t niet
niemand waar ik mee kon praten.

Met jou verloor ik hier een ziel
een mens, vriend voor het leven,
maar hoe kwetsbaar, hoe fragiel,
het zijn hier is slechts even.

Een ziel hier weggenomen
wat bleef was verdriet en pijn
toch is een Geest teruggekomen
die steeds onze Trooster wil zijn.

Levensoverzicht in vogelvlucht


Meerdere jaren heb ik afgesloten
nee ik vertel niet hoeveel
’t is te zien aan de kraaienpoten
die vertolken m’n leven als geheel

heel wat dagen heb ik geteld
door al die jaren, al die weken
je staat er van versteld
hoeveel uren er zijn verstreken

jaren heb ik genoten van ’t leven
zag dagen komen en gaan
zou geen seconde weg willen geven
alle zijn herinnering aan m’n bestaan.