Gedachten


Niet lang duren de uren.
De tijd vliegt weg.
Als ik ze in ruimte blijf sturen,
Ze niet hardop zeg.

Zonder inspanning of moeiten,
Glijden ze in tijd voorbij.
En, als ze me vermoeien,
Vind ik ze, ongewild, weer aan mijn zij.

Kleine helpers, die ik niet kan ontberen.
Groot, zijn ze in getal.
Malen, tracht ik te leren,
Hoe ik ze leiden zal.

’t Zal me niet veel helpen,
Als ik me door hen leiden laat.
Maar, ik kan de stroom niet stelpen,
Die onophoudelijk verder gaat.

Maar, ineens gaan ze zich richten,
Als soldaten in gelid.
Vormen samen de gedichten,
Waar ik uren op te broeien zit.