Narcisme optima-forma


Zijn ijdele waan als klatergoud gerezen
Door ’t glanzend spiegelbeeld voor zijn beneveld oog
Zijn verbeelding niet door waarheid te genezen
Geen eenvoud waar hij in nederigheid voor boog

Een schoonheid, trots van aanzien en gestalte
Ver verheven boven alle plebs en volk
Met intelligentie van zeer hoog gehalte
Zijn woorden dikwijls scherp als een geslepen dolk

Maar zie het lijf wordt ouder en gerimpeld
Het spiegelbeeld glanst nog maar wordt bedekt door stof
De geest wordt langzaam oud en versimpelt
Het aanzien, eens zo fier, ontvangt niet meer lof

Als een bloem, eens aanbeden door godinnen
Verteert zijn trots en klatergoud vanbinnen.

Bonte ontmoeting


Door een laan met berken
zie ik je komen aan het begin
langzaam en voorzichtig
treed jij daar mijn leven in.

Door die laan met vele berken
zacht beschemerd door het loof
mocht ik het eerst bemerken
dat ik werkelijk in jouw liefde geloof.

In die laan met mooie bonte berken
kwam ik je hollend te gemoed
bleven in het midden staan luisteren
door een bonte specht begroet.

Zomerbruid


Broeierig blijft warmte hangen van de dag
zachte wind geeft geen verkoeling
aangenaam is ’t toeven op terras
in vredige rust luisterend
naar schuchtere tonen van de nachtegaal

in de verte mengen zich zachte klanken
van viool en hobo als wonderbare compositie
tussen uitersten oermuziek en cultuur
al genietend zit ik zo te soezen en dromen
tot de zon plaats maakt voor de maan

de dag neemt afscheid in nevel
alsof de aarde met sluier wordt bedekt
herkenbaar versierd in doorschijnend franje
in schoon gewaad bereid de zomerbruid zich voor
haar minnaar met blijdschap te ontvangen

Vreemde vogel


Graag zou ik zingen als een nachtegaal
In het licht der sterren en de maan
Maar weet niet vanwaar ik de noten haal
Die ik nergens op papier heb staan

En daar ik ook niet als een merel fluit
Nauwelijks kan krassen als een kraai
Ook zie ik er niet als paradijsvogel ut
En krijs maar wat als een Vlaamsegaai

Misschien ziet men een spotvogel in mij
Die zo maar vals zijn liedje kweelt
Maar een koekoek ben ik niet die het ei
Uit andermans nestjes steelt.

Door hitte en storm


Wij slepen voort door eindeloze woestijn
Door brandende verzengende vlakte zand
Waar uur tot uur alle dagen zelfde zijn
Evenals onmetelijke zee zonder strand

Het maakt in ’t leven geen wezenlijk verschil
Of dagen door hitte of kou worden bepaald
Waar het werkelijk om gaat is de vaste wil
Dat men het gestelde doel aan ’t eind behaald

Het leven wordt bepaald in voor- en tegenspoed
Al reizend door dorre vlakte of over zee
Waar zon genadeloos brand of felle storm woed
Het is het pad van ons levens procédé

Waar zand en zee elkaar als strand ontmoeten
Daar zullen wij ‘t doel aan ‘d horizon begroeten.

Liefde


Het licht,
niet op te sluiten,
niet te verbergen,
dringend door wolkendek,
en door nevel,
niet alles ontsluierend,
maar aanzettend,
te zoeken naar elkaar !

De lucht,
over tot achter de horizon,
niet strak en blauw,
hier en daar, een wolk,
geen orkaan,
geen windstilte,
slechts een briesje,
gedreven naar elkaar !

De warmte,
geen hitte,
of ijzige kou,
niet dorst verwekkend,
niet schuilend in schaduw,
niet “bakken” in de zon,
maar gewoon,
omarmend, elkaar !

De zee,
groot en diep,
geen vlakte,
maar rusteloos,
geen stranden,
en geen oevers,
slechts een doel,
vrede bij elkaar !

De zon,
niet verzengend,
slechts verwarmend,
aanwezig, dag en nacht,
door aardse schaduw verduisterd,
garantie voor leven,
in liefde één verbinding,
God en mens, tot elkaar !

Muze van de schone dagen


Je voorzegt je komst
langs scherpe randen
zacht streelt je adem groen
voel ik je handen
langs me strijken
en kom je in tule
over donker veld
lichtend in zee van kleuren.

Zacht hoor ik je stem
door zang van vogels
een melodie vol klank
stilte beroeren maar niet storen
verblijdend door een lach
met heerlijke belofte
voor wonderschone dag
nooit hoeven we je te zoeken.

Steeds zweef je om ons heen
in tal van wonderen
je zeilen bollend
boven boom en struik
met rust die je uitstraalt
door warmte van je gouden kroon
en bij tijdelijk afscheid
wens je rust met vogelstem.

Eva


Slank als een hinde
haar ogen amandelen
bruin geroosterd
haar ravenzwarte haar
tot over de schouders
sensuele mond
steeds gevormd
tot flauwe glimlach
een figuurtje
één en al élégance
bewegingen gracieus
als een hert.

Eva?

Ik weet niet
hoe ze heette
maar voor mij
was ze de eerste vrouw
op aarde
en ik heb haar
nooit weer gezien.

Maar ik ben
Adam dan ook niet.