Dank voor verzoening en gena


Dank, die ik U schuldig ben,
in alle schoon en goede,
waardoor ik alle liefde ken,
geborgen in Uw hoede.

Geef mij de moed, o Heer,
te tonen naar behoren,
dat ik Uw naam waardeer,
reeds in ’t ochtendgloren.

Bij ’t waken van de nieuwe dag,
waarin Uw grootheid schijnt.
En, zo U wilt, op Uw gezag,
angst, moeite en zorg verdwijnt.

O geef mij, Heer, de kracht,
aan U alle liefde te geven.
Door in de geest die U ons bracht,
met dank en lof te leven.

De lof, die wij U schuldig zijn,
genietend van Uw schepping,
in dank voor brood en wijn,
waarin de mens genade ontving.

’t Offer, door U Zelf gebracht.
Verzoening voor deze aarde.
Die begon in Bethlehems nacht,
toen Maria haar zoon baarde.

Ode aan de rode roos


Gewoon een rode roos zegt zoveel woorden
een schone bloem ontsproten uit goede grond
geschenk waar hart of gevoel geen uiting vond
maar toch zo menig mens in liefde bekoorden.

Een brug van hart tot hart, jij vormt de band
gesmeed voor liefde, passie vol verlangen
wat geld noch goud ooit één keer kan vervangen
je bent een liefdesgift voor d’ hoge stand

Je bloem een droom, je kleur is als robijn,
in tuinen sta je fleurig boeiend aan struiken
als geurige ruiker in warme zonneschijn

een weldaad in elke hoek je geur te ruiken.
Nogal prikkelbaar ben je van je aard
je doornen hebben menig vrijer bezwaard.