De schepper


Het daag’lijks eten dat mij spijst en voedt
het is gegoten uit het beeld van jou
het vult mijn lichaam met een warme gloed
als zonneschijn in vroege ochtenddauw.

Je lach als paar’len over ’t veld gestrooid
je oogopslag gelijk de hemelboog
mijn schone zanggodin met goud getooid
voor jou vormt de natuur een ereboog.

Jij muze die het leven roept en wekt
uit dorre tijd opnieuw weer doet ontwaken
met kleur en geur de aandacht steeds weer trekt
een ieders oog en hart moet jij toch raken.

Jou wezen ligt zo diep in je aard verborgen,
voor heel de schepping wil je steeds weer zorgen.