Daar doe ik het voor


Wat belast mij toch met werk in huis en tuin
Wat houdt mij af van vrijheid mijner zinnen
Waarvoor gooi ik mijn eigen lusten in puin
Wat kan ik met deze nodeloosheid winnen

Ik aanschouw dan wel de schone bloemenpracht
En leg mij onder veilig dak te slapen
Terwijl ik gaande op mijn laatste schreden wacht
Maar vind tegen dood noch verderf enig wapen

En al peinzend in het laatste avondrood
Stil opziend naar de fonkelende sterren
Leg ik aan Hem al mijn angst en noden bloot
Die mij steeds in Zijn liefde ziet van verre

Dan is mij mijn last uit handen genomen
En kan ik deze nacht weer tot vrede komen.

Deel


De strijd van oog en hart is nu mijn deel
mijn brein verdeeld het beeld van buiten
dat is ‘t verworven onbekend geheel
en onder scherts of zotheid uit te sluiten

Mijn hart wil jou, hij kent je als geen ander
maar ach, mijn oog begeert je telkens meer
zo ben ik zelf mijn eigen tegenstander
en weet ik haast niet wat ik echt begeer

Tot recht en wijsheid heb ik mij gewend
die hebben over deze zaak beraden
helaas is mij de uitslag niet bekend
dus naar het resultaat is ’t eerst nog raden

Ik heb de uitkomst echter al bekeken
jij bent een deel van hart en oog gebleken.

Avondschemer


Warmte gloeit nog na op mijn terras
terwijl op het gazon de kleinkinderen spelen
de hond zich door late zonnestraal laat strelen
de vissen spartelen door de vijverplas

gestaag neigt de zon zich ter kimme
kleurt in het westen de horizon reeds rood
uit majestueuze eik klinkt nu de eerste noot
van de nachtegaal als schone hymne

ik zit daar en geniet van natuur en kinderen
tegenpoligheid waar rumoer en rust elkaar vinden
verantwoordelijkheid en verplichting zich ontbinden
bezorgdheid en plezier elkander niet verhinderen

dat het genot na deze dag vol zonneschijn
weer een waar feestelijk vreugdfestijn kan zijn