Dat wat er was


Heb ik de jaren geleefd
Die zijn vergleden
Waarvan ik dagen niet meer ken
Uren doelloos zijn voorbij gegaan

Waar zijn de dagen
Dat ik trok door ’t vlakke veld
De horizon begroette

De uren van mijn jeugd
Dat ik snelde door ’t woud
Jagend op ree of hert

In enkele dagen
Verdween m’n jeugd
Door tegenslag

Ik heb het brood gegeten
En de wijn gedronken
En vervolgde mijn weg
Tot ik kwam aan de rivier.

En mij mee liet voeren
Naar de zee
Daar waar de zon weer scheen