“Tweeduuster”


Langs randen van het zijn
het waken en het dromen
bedwelmd als met zoete wijn
of zacht tot ruste komen
met werkelijke oogopslag
het leven vol omvatten
op klaar lichte zonnige dag
de waarheid te bevatten.

Anderzijds in duistere nacht
geen geluk te aanschouwen
waar men op bevrijding wacht
licht voor nieuw vertrouwen
bevrijdend uit onzekerheid
van levensvreugd gewis
verlossend uit de tweestrijd
wat “’t Tweeduuster” steeds is.

Perpetuum mobiele zoektocht


In lijnen loop ik mijn weg
over deze aarde
zoekend de rechte baan
maar kom mijzelf dikwijls tegen
daar paden in cirkels gaan

volg mijn leven in hoeken
donker uit het licht
blijf stug in schaduw zoeken
naar zonneschijn en evenwicht

geen wegen lopen recht,
noch krom door vlakten of bergen
en langs de waterkant
kan niet de stroom verbergen
dat diepte energie bepaalt

ik loop mijn weg in lijnen
’t zij recht of krom
dwars door licht of duister
en volg de aarde zo het komt
maar lief energie van ’t water.

Er is een beweging


Er is een beweging op aarde.
Een beweging, getuigend van hoop.
Mensen die weten de waarde,
waarde, van geloof en doop.

Waarde, van eeuwige liefde.
Waarde van het eeuwige woord.
Liefde, die niemand ooit griefde.
Zij hebben van verlossing gehoord.

Verlossing, enkel door Jezus.
Door Zijn offer alleen gebracht.
Zo’n daad, getuigend van ontferming,
kan door geen mens zijn bedacht.

Ze blijven geloven in overtuiging,
tegen elke logica in.
Ze weten het heel zeker,
volharding heeft werkelijk zin.

Blijf hopen op eeuwige vrede.
Verwachtend, vergeving van schuld.
Vertrouwend, op Zijn kracht en rede.
Volhardend, in moed en geduld.

Er is een beweging op aarde.
Niet door mensen opgang gebracht.
Slechts zij kennen die waarde,
Vertrouwend, in zwakheid gehulde macht.

Nog kruis, nog graf, was Zijn einde.
Dat einde was enkel het begin,
van Zijn triomf en overwinning.
Daardoor leidt Hij ons ten hemel in

Warmen


Hoe koud het eenzaam hart dat niet meer slaat
voor medemensen met pijn leed en smart
niet voelt diens verdriet in hun lijdend hart
verblind slechts door zijn eigen wrok en haat.

Waar is gevoel dat hem verlaten heeft
hij kent geen tederheid bij dag of nacht
wellicht is er geen mens die op hem wacht
zelfs geen sterveling die hem liefde geeft?

Ergens is toch hij ook menselijk, zacht,
en hunkerend naar een liefdevol woord
dat begripvol met warmte op hem wacht,

hij in tijden van onrust steeds weer hoort
als vanuit sombere donkere nacht
het nieuw heldere ochtendlicht weer gloort.

Levenskleur


Alle dagen waren eender
grauw, mistig en troosteloos
kleurloos waren bomen en struiken
sombere schimmen van nevel
door beemd en veld.

Tot ik jou door die wei zag lopen
vlechtend bloemenkransen
en slingers om je hoofd
wat ik toen niet kon beseffen
dat ik nooit in elfjes had geloofd.

Laten we dansen samen
door velden met kleuren
onder bomen groen van blad
genieten van bloemengeuren
in liefdeskrans gevat.

Even een kleine storing


Zomaar een middag
dromerig op het terras
mijmeren en soezen
zonder na te denken
enkel genieten van ’t moment

in de verte loeien koeien
een merel hipt
vlak voor je voeten
onder een struik
op zoek naar vroege bessen

langs nevelige horizon
blauwe randen van bossen
een vaag melkwitte lucht
vandaag is ’t nog zomer
morgen gaat de zon weer….

op de vlucht.

Bij leven


Een dag kan somber zijn
en een nacht zo droef
gekweld door angst en pijn
herinnering die men begroef.

Niet alleen schijn die bleef
van vreugde en geluk
maar ook woorden die je schreef
maakten zoveel stuk.

Ook niet de dag dat je heenging
ligt voor mij moeilijk en droef
’t is die ene herinnering
dat jij voorgoed m’n naam begroef.

Donderslag bij heldere hemel


Op mooie warme dagen
Als je denkt dat de zon
Zal blijven schijnen
Geen wolk de hemel bedekt
Je vol hoop de wereld in trekt
Kan met één klap
De zon verdwijnen
En komt donder bij helder hemel

Door schrik verblind
Genageld aan de grond
Zoek je waar je heil in vindt
Toch schijnt nog steeds de zon
En richt je je nog op de horizont.

Ik treurde om het leed


Ik treurde om het leed.
Ik treurde om de pijn.
Ik treurde om de mensen,
die God afvallig zijn.

Ik treurde om de wereld,
waar zoveel kwaad geschied,
dat wij elkander haten.
Begrijpen kan ik niet.

Ik zag de waanzin, de oorlog.
Droefheid, in menselijk bestaan.
Onbegrip en leegte.
Hoe kan een mens dit aan ?

Ik treurde om de mooie aarde,
die God geschapen heeft.
Waar Hij iedere dag Zijn genade,
nog aan Zijn schepping geeft.

Zo bleef ik droevig peinzen,
over ‘s mensen droevig lot.
Er moest toch toekomst wezen,
en ik wende mij niet tot God.

Ik zag ‘t niet meer zitten,
het werd mij allemaal teveel.
Ik wilde alles redden,
maar de angst bekroop mijn keel.

Toen, hoorde ik een kinderstem,
het zong een vrolijk lied.
Over Hem, die stierf om ons te redden.
Toen,begreep ik mijn droefheid niet.

De verschillen


Waar dagelijkse druk doet toenemen
een stroom van geluid en kakofonie
in drang, drift of sloven der economie
zal frustratie door stress ons claimen

geen schoonheid in poëzie verwoord
klinkt nu nog vanuit afgeladen zalen
zangen van Muzen in velerlei talen
worden op pleinen, straten niet gehoord

en ’s nachts als de geluiden verstommen
mogelijk de rust ook wederkeert
slechts hier en daar werktuigen grommen

schijnt men de weldaad van stilte verleerd
zoekt men razend vertier in auto of disco
geen verschil met de dag. Jammer, het zij zo!

Geen tijd staat stil


Soms is het of de tijd even stil gaat staan
of er geen toekomst in het verschiet meer is
gevangen door zwaar verdriet of een gemis
en kun je alleen bijna niet verder gaan.

Zwaar en vermoeiend zijn dan de dagen
eenzaam en donker zijn dan de nachten
worden gestuurd door duistere krachten
wij worden belaagd door angstige vragen.

Wat helpt het stil te staan bij al die zorgen
te blijven hangen in ellende en verdriet
terwijl Hij ons in Zijn liefde heeft geborgen

met eeuwige toekomst nog in het verschiet
van wieg tot graf wil Hij ons altijd verzorgen
voert aan Zijn hand ons in de nieuwe morgen.