Scheppingsmuziek


Klanken als geïmproviceerde sonate
Een fuga aanzwellend in tonen
Afrollend tot golvende cantate
Een compositie die dagen vult met rust

En mijn gedachten zweven mee
Als dwarrelend herfstblad in de wind
Kleurend zinnen en woorden
Tollend en draaien in zwierige maat
Begeleid door deinde akkoorden
Die klinken van storm tot zachte bries

En op de achtergrond zingen de koren
Met stemmen van alt en bariton
Boodschap voor elk die het wil horen
Het verhaal toen de schepping begon.

Naar psalm 139


Hoe zouden mijn gedachten tot Uw hoogte reiken
Nooit zijn zij verborgen voor Uw alziend oog
Al zou ik op een verre reis vermoeid bezwijken
U ziet mijn moeilijkheden vanaf omhoog

U kent de weg waarop ik ga waarheen ik mij begeef
U kent zelfs alle woorden die ik spreken zal
En wilt mij op alle wegen leiden zolang ik leef
Bent voor en achter mij om te hoeden voor een val.

Al zou ik opstijgen tot de hoogste hemelboog
Ook daar zou ik U in Uw almacht treffen
Of zelfs als ik mij naar het dodenrijk bewoog
U zou mij uit de ellende weer verheffen

Zelfs als ik als een arend boven de aard verhief
En zou gaan wonen over de verste zeeën
U nam mijn hand en behoedde mij voor ongerief
Leidde mij weg van eigen waanideeën

Al zou ik ver van het licht, het duister zoeken
Duister van de nacht verkiezen boven de dag
U ziet mij in de meest verscholen hoeken
Het duister zou licht zijn door Uw lieve lach

Ik loof U voor het wonder van mijn bestaan
Het wonder dat U in verborgene hebt gevormd
De wondere schepping die U hebt gedaan
U hebt uit diepe aarde de mens gevormd

U kende en zag reeds mijn vormeloos begin
Hebt mijn ontstaan en groei begeleid
Ja alle dagen vulde U ook toen voor mij in
U blijft bij mij tot in eeuwigheid

Heer verdelg de vijand die mij vervolgt
Hij veracht en spreekt ook kwaad over U
Verdrijf hem tot zijn einde volgt
Zolang heb ik hem gevreesd in verleden en nu

Doorgrond mij, ken mijn hart o Heer
Peil de diepte van mijn angst en pijn
En zo ik bewandel de verkeerde leer
Wil toch tot in eeuwigheid bij mij zijn.