Naam langs de wolken


Tranen sprongen in mijn ogen toen ik dat lied weer hoorde
Dat lied wat ik dikwijls met mijn opa zong
Op zijn schoot, samen gezellig bij de kachel
Het lied wat mij zoveel vertelde over troost en liefde
Over dat wat mijn leven zo bepaalde
Wat ik toen nog niet begrijpen kon of kende
Dat lied ving mijn twijfels op en nam ze mee
’t Ging over de Naam die zo velen nu nog niet kennen
Die Naam, die ruist langs de wolken voor alle volken.

November


Wel mogen dagen somber zijn en donker
Met gemis aan zonneschijn over dag
Maar ’s nachts staat de hemel vol stergeflonker
En toont de maan zijn stralende milde lach.

Nu en dan verras je ons met zware buien
En storm rukt de bladeren van de bomen
Die door de straten dansen langs de puien
Om ergens in luwe plek tot rust te komen

Maar ook dagen straal je met volop zon
Benader je bijna de warmte van zomer
En ieder geniet in ‘t park of op balkon
Of ergens op het gazon als een dromer

En verder willen wij niet aan toekomst denken
Aan winterse kou en sneeuw geen aandacht schenken.