Schril contrast


Mijn hart gaat uit naar ’t ruime vlakke land
Met langs verre horizon de boerderijen
Waar langs paden populieren staan in rijen
En ruisend riet op d’ oevers langs de waterkant

Waar vogels vliegen langs de hoge hemelboog
En witte wolken onderbreken ’t azuren blauw
Het veld des morgens bedekt met parelend dauw
Vanaf het water stijgt reeds vroeg nevel omhoog

Uit de verte wordt de roep der koekoek gehoord
De leeuwerik zingt luid boven ’t gele koren
Dit is de plek waar mijn wensen worden verhoord

Hoe schril is het contrast waar geluiden smoren
In klokkenspel, motorgeronk en straatkabaal
Opgesloten zicht tussen beton en metaal.