“Carpe Diem”


Ben soms geneigd de boel de boel te laten
Gewoon als vrije vogel te leven bij de dag
Zonder zorg over koetjes en kalfjes praten
Te doen of ik moeiten van gisteren niet zag

De dag van vandaag “Carpe Diem” vrij plukken
Zwieren en zwaaien als herfstblad langs de straat
Vrolijk en vrij zijn moet toch elk mens lukken
En hopen dat het leven ook morgen zo gaat

Door herfststormen niet gebonden aan één plek
Frank en vrij zorgeloos de toekomst begroeten
Elke dag hier en daar een luchtig gesprek
Gewoon alles mogen en nooit iets moeten

“Carpe Diem” de wereld is mooi, de wereld is van mij
Laat mij dwalen, laat mij zwerven dan pas ben ik vrij.

Naam langs de wolken


Tranen sprongen in mijn ogen toen ik dat lied weer hoorde
Dat lied wat ik dikwijls met mijn opa zong
Op zijn schoot, samen gezellig bij de kachel
Het lied wat mij zoveel vertelde over troost en liefde
Over dat wat mijn leven zo bepaalde
Wat ik toen nog niet begrijpen kon of kende
Dat lied ving mijn twijfels op en nam ze mee
’t Ging over de Naam die zo velen nu nog niet kennen
Die Naam, die ruist langs de wolken voor alle volken.

Lopen over de lange Lindelaan


O Leentje ‘k zag je laatst nog lopen
Over de lange Lindelaan
Waar je schoentjes ging kopen
Je bleef daar voor de winkel staan

Ik dacht; O, dat ze mij ook leerde lopen
Zo samen hand in hand
De stoutste gedachten hebben mij bekropen
Ik dacht; Man, gebruik toch je verstand

Maar je keek me aan en lachte
Met je allerliefste lach naar mij
Met mijn hoofd rood zonder gedachte
Sprong ik een gat in de lucht zo blij

Kom, zei ik, we gaan je schoentjes kopen
Of trekje liever laarsjes aan?
Dan gaan we daarna samen lopen
Hand in hand over de lange Lindelaan.

En een eindje verder voor het vensterraam
Zagen we lief lachend lotje staan.

November


Wel mogen dagen somber zijn en donker
Met gemis aan zonneschijn over dag
Maar ’s nachts staat de hemel vol stergeflonker
En toont de maan zijn stralende milde lach.

Nu en dan verras je ons met zware buien
En storm rukt de bladeren van de bomen
Die door de straten dansen langs de puien
Om ergens in luwe plek tot rust te komen

Maar ook dagen straal je met volop zon
Benader je bijna de warmte van zomer
En ieder geniet in ‘t park of op balkon
Of ergens op het gazon als een dromer

En verder willen wij niet aan toekomst denken
Aan winterse kou en sneeuw geen aandacht schenken.

Waar draait de wereld om


Overal verkeer muziek en herrie
Zelfs in de lucht lawaai en gebrom
Vele mensen schreeuwen en maken ruzie
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Meer en meer iedereen voor zich alleen
Werkt voor overvloed en weelde zich krom
Gunt een ander steun nog been
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Er zijn geleerden en professoren
Maar de meesten zijn verschrikkelijk dom
Laten zich alleen graag horen
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Iedereen weet alles beter
Niemand voelt zich minder, dat is zo stom
Gesprekken worden heter en heter
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Zal eens ieder mens er voor de ander wezen?
Tegen treurenden zeggen; “Kom!” ?
Dan valt er weinig meer te vrezen
En denk ik bij mezelf;
Kijk…! Hier draait de wereld om!!!

Lichtdragers


Reik ons de brandende toorts ontstoken door Uw geest
Opdat wij op aarde Uw licht mogen verspreiden
Uw liefdevol woord in waarheid zullen belijden
Brandend van verlangen naar Uw wederkomstfeest

Laat ons met Uw vuur rond heel de aarde schijnen
Zodat Uw woord overal in gloed wordt gebracht
Geef ons Heer de moed en bovenal Uw grote kracht
Opdat uw wonderen niet in het niets verdwijnen

Heer dat wij dat vuur met onze liefde voeden
Behoedzaam dragen als Uw dierbare gaven
Steeds weer tegen doven zullen behoeden

En met de gloed en warmte ons steeds laven
Ook voor anderen ontsteken Uw helder licht
Uw licht uitschijnen is niet meer dan onze plicht.

Zwijgen of spreken ?


We zullen nooit te veel spreken.
We zwijgen alleen te weinig.
Als je weinig spreekt is gebleken,
word je alleen maar chagrijnig.

Spreken mag dan zilver wezen
en misschien is zwijgen goud.
Waarom zou je spreken vrezen,
als je toch meer van zilver houdt?

Maar je moet altijd wel bedenken
dat goud van grotere waarde is.
Spreken kun je zonder krenken,
zwijgen vormt soms een hindernis.

Evenwicht in veel communiceren,
tussen het zwijgen en het gesprek.
Dat moeten zo velen nog leren.
Daaraan is nog zo veel gebrek.

Zwijgen is niets anders dan horen,
luisteren tussen de regels door.
Niet altijd zelf willen “scoren”,
interruptie lígt niet in gehoor.

‘t Is een kunst, een goed gesprek
als je zegt; “Daarvan heb ik geleerd”.
Lijd je niet aan het gebrek,
dat je iemand anders hebt bezeerd.

Kerstgebed


Wat typisch dat wij op het donkerst der dagen
Steeds uitzien naar het helderst licht
En in die lange duistere nachten vragen
Heer houd voor ons Uw poort niet dicht

Laat ook voor ons dat licht schijnen
Zoals toen rond de stal van Bethlehem
Zodat ook onze twijfel zal verdwijnen
Bij het horen van de engelenstem

Laat ons het licht zien door het duister
Dat we zelf weven om ons heen
Breek de stilte met Uw zachte fluister
Toon ons Uw ster die bij de stal ook scheen

Gezlligheid


Waar is ’t beter dan op koude avond
Onderuitgezakt bij het open vuur
Met een sprankelend glas rode wijn
Voeten ontspannen op tafel
Door te brengen tot het late uur

Gezellig keuvelen over koetjes en kalfjes
Genietend van de warme gloed
Onder handbereik een schaal met hapjes
Aan de voet een snurkend hondje
Dat zich met aandacht en warmte voedt

Weer vrij


Vanuit grotten heb ik naar buiten gekeken
Gesmacht naar lucht en licht
Ik zocht een weg, een deur om uit te breken
Maar waar ik heenging, de poort was dicht

Ik smachtte naar de blauwe hemelboog
De warme straling van de zon
De ruime velden rond mij in het oog
De schepping te genieten als de levensbron

O geef mij dan de adem van een zachte bries
Die over velden en door wouden strijkt
Een milde regen die de aarde wies
Het gevoel van geluk dat niet van mij wijkt

Geef mij de vrijheid, open mij de poort
Sluit, voor goed, de grot waar ik was opgesloten
Geef mij een open deur, een woord,
Geborgenheid zo ik ook vroeger heb genoten.

Afschuiven


Ik schrijf de woorden uit mijn ziel
Waarmee ik van jongs af ben vertrouwd
Een principe die ik nooit afviel
Een overtuiging waar ik mijn leven op heb gebouwd

Het zijn niet alleen de woorden uit een boek
Die ik na ’t lezen naast mij heb neergelegd
Het is voor elk het geluk wat ik zoek
Ik blijf het trouw wat er ook wordt gezegd

En al zegt men, ik heb er nooit iets van gezien
Je hebt het werkelijke zoeken van je afgelegd
En voelt je daarom zo verlaten misschien
Maar is schuld geven aan het woord wel terecht?

Bekennen


Waarom lieve Heer, is steeds onze vraag,
Waarom hebt U de wereld niet beter geschapen?
De mens zijn verstand werkt vaak zo traag
En hij is niet bij machte zijn eigen brokstukken op te rapen
Eigenlijk had U best één en ander kunnen automatiseren
Dan hoefden wij ons niet zo druk te maken
En meer tijd gehad wat nuttigs te leren

U laat ons nu onze eigen boontjes doppen
En we zijn toch al zo verschrikkelijk druk
Met wat niet goed gaat en door ’s werelds bagger soppen
Heer zonder Uw hulp valt alles uit onze handen stuk
Kun U nou niet eenmaal bij ons komen kijken
Wat een “Janboel” heel de schepping wordt
Voor dat wij van ellende helemaal bezwijken
Heel Uw aarde valt door onze domheid haast aan gort.

Wij willen dan wel beter, maar U vraagt van ons zo veel
En ons begrip reikt dikwijls niet hoger dan sterren en maan
En denken dan dat we ver genoeg zijn om reëel
Op eigen initiatief door te kunnen gaan

Winterdroom


In deze dagen dat de zon zich niet laat zien
Zie ik in gedachten weer de gele rozen
Zie ik struiken bloeien die ik heb gekozen
En wacht tot ik alles eens terug zal zien

Dan komen weer de vlinders en de bijen
Bevolken vissen en kikkers weer de sloot
Dan is het veld niet meer uitgestorven en dood
En zullen wij onder open hemel vrijen

Ik vergeet de donkere grauwe luchten
En zie weer de heldere warme zonneschijn
Dan hoeven wij geen regen meer te duchten

Wat zal het komend voorjaar dan weer zalig zijn
Dan bloeien weer bloemen, rozen en bomen
Maar tot dan moet ik nog een winter dromen.

Alles komt goed op zijn tijd


Als eens de dagen tegen zitten
Wees niet bedroefd
Als je pijn moet lijden
Houd je flink
Als je eens geen lichtpunt ziet
Wees niet bevreesd
Als je eens de dood voelt naderen
Vertrouw op de toekomst

Als je bedroeft bent
Komt de tijd dat je weer zult lachen
Als je van pijn lijdt en moet huilen
Zal er ook tijd komen van vreugde
Als je alles somber en zwart ziet
Zal er morgen weer licht zijn
Als je angstig rouwt om de dood
Zul je in de toekomst dansen.