Zoveel vragen


Heer Jezus, weet U eigenlijk wel alle dingen?
Alle dingen die gebeuren hier op aard
Hoort U ons wel de liederen zingen?
Liederen die wij zingen in de kerk of bij de haard.

Ja, ’t wereldgebeuren kunt U lezen in de krant
Dat is iets wat wij dus ook wel weten
En de nood schept tussen ons geen echte band
Ondanks dat zovelen niets hebben te eten

Maar weet U wat er ook werkelijk leeft in ons hart
Hoe wij over onze medemensen denken?
Dat is toch wat elk fatsoen gewoon tart
Wij wensen niets aan armen te schenken.

En vrede daar bekommeren we ons niet om
Elk mens is toch gelijk geschapen
Intelligent of werkelijk heel dom
Ieder moet zich maar verdedigen met eigen wapen

Heer schaamte hebt U ons toch ook geleerd?
Met het voorbeeld van Uw eigen leven
Daarnaar gezien doen wij zoveel verkeerd
Terwijl U ons toch verstand hebt gegeven

Heer, nog eenmaal wil ik U vragen
Denk nog eens aan al ons verdriet en nood
Want daarvoor heeft U toch het kruis gedragen
Breng ons de vrede, die U bracht in de dood.

Onrust

Wat is het toch dat mij naar de verte trekt
Dat mij thuis geen rust doet vinden
Steeds mijn verlangen naar de vreemde wekt
Alsof ik mij aan huis en haard niet kan binden

Wat is de drang die mij steeds drijft
Naar alle hoeken van de aarde
De zekerheid die in mijn geest en hart verblijft
Tot wanhoop en onrust ontwaarde

Waarom dwalen mijn gedachten over de horizon
Daar ver van huis en haard
Naar die plek waar alles eens begon
In de hoop dat alles daar nog is bewaard

Hoe komt het dat ik dool en dwaal
Over straten van het leven
Ergens hoop op warm onthaal
En dat de rust daar wordt gegeven.