Medemens


In witregels van het leven
Staan dikwijls zo vele woorden
Met onzichtbare inkt geschreven
Over pijn of vreugde in veel akkoorden
Slechts in onze ogen staan de lijnen
Waarop geluidloos geschreven staat
En die de waarheid steeds beschijnen
Die aan ’t licht komt vroeg of laat

In die onzichtbare levenswoorden
Die steeds vragen om liefde en begrip
Van hen die tussen de regels hoorden
Nood van een mens tussen wal en schip
Ze staan zo duidelijk geschreven
Als men er aandacht voor heeft
Aandacht voor medemens in medeleven
Als men werkelijk om zijn naaste geeft.

’t Is maar hoe jong…


De dag dat ik nog jong was
Is niet zo lang geleden.
Een kleine 24 uur ongeveer.
Ik kan het me zelfs nog herinneren.
Ach d’r is ook nog helemaal
Niet zoveel veranderd in die tijd.
Zelfs is er geen rimpeltje bijgekomen.
Neu, als ik nu zo in de spiegel
Kijk ben ik nog steeds even knap.
Laten we eerlijk wezen,
’t Had beter gekund
Maar dat is ook meestal ’t geval.
Ik ben best heel tevreden over mijzelf
En mijn vrouw mag
Ook nog wel heel trots wezen.
Ik geloof wel dat de tijd
Aan mij is voorbij gegaan,
Minimaal een dag of wat.
Wat is wel het geheim
Van deze eeuwig durende jonge schoonheid.
M.i. zit ‘m dat in het schrijven.
Zolang en zoveel schijven
Dat iedereen het net zo
Gaat geloven als jezelf.
Ja hoor, ik ben nog
Écht een piepjong kereltje.
Nog geen haar (dat vooral) ouder
Dan in lang vervlogen tijd.
Alleen…. de kalender rekt zich steeds uit.