Dromen aan zee


Golven rollen als branding over het strand
En spoelen wieren, schelpen en wrakhout aan
Wissen sporen van verleden uit het zand
Maar de deinende zee blijft altijd zelf bestaan

Vanaf d’ horizon rollen golven af en aan
En peinzend op ‘t duin over verre watervlak
Zie ik tot ver blinkend witte vogels gaan
Zwevend op thermiek met onvoorstelbaar gemak

In mijn droom zweef ik over de golven mee
Ver tot over eindeloze horizon
Tot daar waar de blauwe hemel raakt de zee
En in vroege ochtend de nieuwe dag begon

En als d’ avond valt hoort men vanaf het strand
De branding over ’t duin tot ver in ’t binnenland

Tweezijdige herfst


Door nevelig schemerlicht tussen bomen
luisterend naar zachte bries door kleurrijk blad
zwervend over het kronkelend pad
loop ik genietend van de herfst te dromen

hoor de houtduif zacht in de kruinen koeren
zie eekhoorn springen van tak op tak
een hinde vlucht, niet zo op haar gemak,
iets verder maken lamprijen de raarste toeren

even ben ik in rust gaan zitten op een bank
genoot van de stilte en het vredig leven
een moment heb ik mijn ogen opgeheven
en daar mijn handen gevouwen in dank.