Rechtschapen volk en vaderland


Op alle hoeken van de straat staan zij te blowen
En denken hun zaligheid hiermee te erven
Maar staan hier slechts hun onwaarde uit te showen
Uiteindelijk zullen ze in de goot eens sterven

Van kwaad tot erger ziet men het helaas steeds gaan
Het land vult zich met criminele nietsnutten
Waar velen zwaar moeten zwoegen voor een bestaan
Daar schijnt toezicht en regering in te dutten

Geen mens voelt zich nog veilig vrij op de straat
Ze gebruiken niet alleen wiet maar ook coke
Oogluikend toegestaan door justitie en staat
Verwaarlozing neemt daardoor toe en misdaad ook

Wij wachten op waarborg en wet van justitie
Met voldoende gesteunde ingreep van politie.

Dubbel herfst


De vlinders hebben nu mijn tuin verlaten
De vogels zingen minder enthousiast
Het terras is leeg waar we ’s zomers zaten
In de lucht meldt zich de gans als wintergast

Van de takken dwarrelen nu de bladeren
Als veel kleurige vlinders naar de grond
Of drijven op ’t water alsof ze badderen
Maar zwieren eerst nog op de wind in ’t rond

Stil zit ik nog te genieten in de late zon
In de late warme najaarsstralen
Van de rode gloed aan verre horizon
Terwijl mijn gedachten naar ’t verleden dwalen.

Verlatingsangst


Juist toen ik dacht dat U mij had verlaten
hebt U mij bij de hand genomen
verzekerde mij nooit alleen te laten
en vroeg mij met U mee te komen.

U leidde mij over ’t smalle pad
beslist niet zonder gevaren
gaf blijk hoe lief U mij had
door mij steeds weer te bewaren.

Tot de parelen poort wilt U mij leiden
naar “De stad met gouden straten”
daar een plaats voor mij bereiden.
Nu weet ik, U zult mij nooit verlaten.