Dwars door de woestijn


Hoe lang zocht ik naar die bron in de woestijn
Die plek waar schaduwrijke palmen groeien
En naast held’re bron dadelbomen bloeien
Bij blanke fonteinen zal ’t heerlijk rusten zijn

Hoe lang moet ik gaan door brandend hete zon
En aan de einder slechts het troosteloze zicht
Van dorre vlakte in ‘t verblindend zonnelicht
Geen hoop geen leven aan verre horizon

Doch niet heel de aarde bestaat uit enkel nood
Eens zal mijn weg mij naar nieuw leven leiden
Daar ligt de toekomst die vrijwaart van de dood

De oase van vertroosting en bevrijden
Daar loop ik aan de hand die Hij mij bood
En Hij zal mij naar het paradijs geleiden.

Eeuwig waarom


Waarom? Klinkt bij zovelen steeds de vraag
Waarom zoveel ruziën en twisten?
De vraag uit verleden klinkt nog steeds vandaag
Collectief wilden we dat we ’t antwoord wisten

’t Gaat nog wel goed, alleen of samen
Slechts dan houdt vrede nog wel stand
Maar eigenlijk moeten we ons schamen
Bij meerdere mening verliezen we ons verstand

En wie geven we de schuld van ’t waarom?
Aan Hem die het verstand ons heeft gegeven
We beseffen niet hoe vreselijk dom
Wij daardoor gaan door ’t leven.

Vraag u eens af waarom wij steeds weer vragen
Naar oorzaken van zorgen en verdriet
Terwijl Hij alle ellende voor ons heeft gedragen
En nu nóg niemand Zijn liefde en genade ziet.