Liefde


Lang heb ik gezocht naar dat ene woord
Naar die regel of zin die het omvat
Zo weinig wordt het nog gehoord,
“Ik heb jouw altijd LIEF gehad”

Dat woord, het wordt zo weinig nog gevoeld,
De diepte die het in zich heeft
Waarmee ook werkelijk wordt bedoelt
Dat iemand zijn hart jouw geeft.

De eeuwige LIEFDE die ik altijd heb gezocht
Wordt toch gegeven in zo’n eenvoudig woord
De naam aan Wie ik mijn leven heb verkocht
Het is Gods naam, aan Wie ik altijd heb behoord.

Kalverliefde


Vandaag ben ik nog een door die straat gelopen
Die straat waar ik vroeger vaak door gelopen ben
En nog steeds als gisteren ieder huisje ken
Waar ik op ontmoeting met jou liep te hopen

Ik zag het huis waar ik naar de overzijde keek
Misschien zag je mij achter je raam wel gaan
En vroeg je af waarom ik niet even bleef staan
Maar als ik jou zag raakte ik geheel van streek

Vandaag heb ik toch naar jouw huis gekeken
Ben er zelfs even voor je raam stil gaan staan
Zag er nu een vrouw, niets bij jou vergeleken

Ze keek op maar toen ben ik maar verder gegaan
Ze was een stuk ouder en had zilvergrijs haar
Jij was dus inmiddels vandaar verhuisd blijkbaar.

Vertrouw de seizoenen


Veel te snel vertrekken dagen van weleer
En te traag zijn de toekomende tijden
Het valt mij zwaar om tegen tijd te strijden
Afscheid van zomerse dagen doet mij zeer

De dagen korten en soms gaat storm tekeer
Het hemelsblauw bedekt met grauw der wolken
Die als razenden door het luchtruim kolken
Ach wanneer zien wij de zonneschijn weer

Ook herfstdagen kunnen mensen verblijden
Ook dan kan de zon vol glorie aan d’ hemel staan
En ons tot luchtige kleding zal verleiden

Terwijl men ’s nachts de hemel vol sterren ziet staan
Dan is het als vertrokken dagen van weleer
En weet je, ach de zomerzon komt heus wel weer.

Filosofische vraag


De grootste vraag aller tijden,
Hoe het eerste leven ooit is ontstaan,
Kunnen wij ontkennen of vermijden
Door het wezen in de lucht te slaan

Wat is de oorsprong der gedachten
Het levend wezenlijk begrip
Tussen intellect of domme krachten
Beredeneren of stuk lopen op een klip

Nooit is er nog bewijs gevonden
Wat op toeval of schepping wijst
Maar het brein vertelt onomwonden
Dat het leven aanvaarding eist.

Grootste wonderen

Landscape of La Maddalena archipelago, Sardinia, Italy.

Ooit hebben wij een wereld gekregen
Vol gaven, pracht en praal
Vrijheid om ons vrij te bewegen
En ’t scheppen van vrede voor allemaal

Een wereld zo niemand schoner kan denken
Geschapen voor liefde en verwondering
Om Hem in ere te gedenken
Een wereld die ons vasthoudt in betovering

Maar dikwijls zien wij niet die wonderen
Aanvaarden ze als alledaags en gewoon
In plaats van ons steeds te verwonderen
En Hem te danken voor Zijn troon.

Herfstcharme


Als doorzichtige tule over weiden
Bestrooid met stralen blinkend goud
Komt vanaf ‘t water zich verbreiden
Vult met zilverstralen ’t schemerwoud

Drapeert in plooien verre landerijen
Golvend op een zachte koele wind
Terwijl in bos eerste blaadjes zich vlijen
In warme herfstkleuren reeds getint

Overdekt door blauwe hemelboog
Waarlangs de witte wolken zweven
En vogels stijgen naar omhoog
Al schoonheid wat ons wordt gegeven

Waarom zou de herfst somber voelen
Nog fladderen vlinders langs mijn balkon
De temperatuur mag dan wat verkoelen
Nog steeds geniet ik van de najaarszon.

Bloei van een gedicht


Wat is een gedicht
Meer dan woorden
Geschreven met zwarte inkt
Op witte vellen papier
Gedachten die ontwaken
In slapeloze nachten
En niet het brein verlaten
Voor het ochtendlicht.

Gedachten die ontplooien
Tot lichte muziek
Die spreken als zachte klanken
Als wij in ’t zonlicht danken
Voor rust en leven
Voor bloemen en vogelzang
Op dagen voor niets gegeven.

Samenwerking

Afrika , Malawi , 10 t/m 19 november 2009
Klimaatverandering, droogte en overstromingen.
Het kwetsbaarst zijn de kleine boeren in Afrika . Hun productie hangt af van de weersomstandigheden en juist die worden onvoorspelbaar. Overstromingen of aanhoudende droogte verpesten steeds vaker de oogst. De groeiperiode voor gewassen wordt al maar korter. Om te overleven moeten de boeren inspelen op de veranderingen.
Foto: Arie Kievit

We lopen slechts naast de waarheid en het licht
Gevangen in duister van gestorven liefde
Verblind de hoop die zich naar de toekomst richt
Verwijderd, elk gevoel dat niet beliefde

Ontheemd van elk gesprek dat ons nader bracht
Maar zoeken blindelings onze eigen wegen
We mijden dageraad en gaan door donk’re nacht
In ’t licht der ochtend komen wij onszelf tegen

Dan breekt aan d’ horizon het nacht’lijk duister
De nieuwe dag brengt ons weer het helder licht
Ontdoet ons weer van angst en bange kluister
En wij, wij wandelen weer in ’t helder zicht

Dan zien wij weer elkanders zorg en lasten
En blijven eensgezind niet in ‘t duister tasten.

Levensmist


Loop door paden tussen schimmig nevelspel
Benieuwd wat ik zal zien aan het eind
Terwijl wind in dorre hout klinkt als harpspel
En achter mij bij iedere pas de tijd verdwijnt
Vol jeugd, voorjaar en zomerzon
Maar in elke boom groeit nu herinnering
En alles herleeft als toen ’t jaar begon
Kleurt duizendvoudig deze schemering

Doch voor en achter mij sluit zich de mist
Mijn weg gaat slechts over ’t begaanbaar pad
Waar ’t begin vergeten is en ik ’t end niet wist
Maar leidt ongetwijfeld naar de Nieuwe Stad.

Overgang naar herfstweer


De koele bries verandert in storm
En bomen verliezen hun blad
De kruinen veranderen van vorm
Ze hebben hun grootste volume gehad

Het smaragdgroen verlaat de velden
Landerijen hullen zich in stemmig bruin
Vogels en vlinders ziet men nog zelden
Slechts weinig bloemen kleuren de tuin

Maar straks hult het bos zich in kleur
Met bruin, geel en rode bladeren
Doordrenkt met pikante herfstgeur
Ten teken dat winterse buien naderen

En zacht begint vallend blad zijn dans
Al zwaaiend en zwierend en draaiend
Door storm en wind uit de balans
Op stille plek de bodem kleurrijk verfraaiend

Ochtendvrede


Na donk’re nacht en ochtenddauw
Zijn velden bekleed met parelenpracht
Als zilver weerkaatsend ’t hemelsblauw
De wereld als bruid die op de bruigom wacht

En elke boom draagt een kruin
Met blinkend smaragd en diamant
In glans en kleur als een bloementuin
En voile afgezet met schone kant

Met gouden lijst kleurt de horizon
Het beeld van rust en vrede
Daar waar de dag stralend begon
De mens in dank begon met stille bede.

Dwars door de woestijn


Hoe lang zocht ik naar die bron in de woestijn
Die plek waar schaduwrijke palmen groeien
En naast held’re bron dadelbomen bloeien
Bij blanke fonteinen zal ’t heerlijk rusten zijn

Hoe lang moet ik gaan door brandend hete zon
En aan de einder slechts het troosteloze zicht
Van dorre vlakte in ‘t verblindend zonnelicht
Geen hoop geen leven aan verre horizon

Doch niet heel de aarde bestaat uit enkel nood
Eens zal mijn weg mij naar nieuw leven leiden
Daar ligt de toekomst die vrijwaart van de dood

De oase van vertroosting en bevrijden
Daar loop ik aan de hand die Hij mij bood
En Hij zal mij naar het paradijs geleiden.

Eeuwig waarom


Waarom? Klinkt bij zovelen steeds de vraag
Waarom zoveel ruziën en twisten?
De vraag uit verleden klinkt nog steeds vandaag
Collectief wilden we dat we ’t antwoord wisten

’t Gaat nog wel goed, alleen of samen
Slechts dan houdt vrede nog wel stand
Maar eigenlijk moeten we ons schamen
Bij meerdere mening verliezen we ons verstand

En wie geven we de schuld van ’t waarom?
Aan Hem die het verstand ons heeft gegeven
We beseffen niet hoe vreselijk dom
Wij daardoor gaan door ’t leven.

Vraag u eens af waarom wij steeds weer vragen
Naar oorzaken van zorgen en verdriet
Terwijl Hij alle ellende voor ons heeft gedragen
En nu nóg niemand Zijn liefde en genade ziet.

Wat is eigenlijk liefde?


Als je over straat heen loopt
en je ziet een aardig snuitje.
Denk dan niet dat je liefde koopt,
door belofte van een duur “Uitje”.

Een andere keer ben je op “jagerspad”,
zoekt naar een heel leuk vrouwtje.
Maar als je denkt; “Dat wordt wel wat.”
loop je prompt een “Blauwtje”.

Dan denk je; “Hé, daar ga ik achteraan”.
Die kijkt zo vriendelijk en aardig.
Op moment dat je naar haar toe wilt gaan,
Keert ze om en keurt je geen blik waardig.

En als je denkt; “Dat wordt helemaal niets”.
Komt ze toch naar je toe een praatje maken.
Zegt ze; “Tussen ons wordt ’t vast wel iets”.
Voor je ’t weet, sta je met knalrode kaken.

Echt, de liefde is als een kat die loert op prooi
en als ze die dan eenmaal gevangen heeft.
Dan lijkt haar liefdesspel altijd nog wel mooi,
Maar ze speelt er mee zolang haar prooi leeft.