Beschouwing


Langs wanden van ’t verleden
Klim ik door ’t heden heen
Naar een toekomst van gedroomde
Beelden van hoop en bidden
Vrij van afkeer of aversie

Beklim de toren van toen
Die slechts angst en onwil kent
Legde op mijn doen geen zegen

Zie in spiegelglas van ’t heden
De breuken en barsten
Door gedachten, woorden
En daden die elkaar bestreden.

Diverse dagen


Er zijn van die dagen
Die niet lopen naar mijn zin
Met druk op m’n schouders
Als loodzwaar juk
Of halters behangen in lagen

Dagen zijn niet om te kniezen
Ik wil ze daarom dragen
Als toen ik jong en onbedorven was
Wellicht zou ik andere wegen kiezen

Maar toch leef ik in vele dagen
Die verlopen naar mijn wens
Waarop ik niets heb te klagen
Voel me dan een gelukkig mens.