In welke mate?


Een stille droom in duistere nacht
Waarin geen licht wil schijnen
Geen maan die vriendelijk lacht
De kleinste sterren zelfs verdwijnen
En biddend wachten op de morgen
Een verre kim gehuld in gloed
Een dag vol zon en vrij van zorgen
Waarin stille droom zijn doel ontmoet.

Pas als de avond de kim niet duister kleurt
De nacht weer straalt met ster en maan
Dan is er weer een wonder gebeurd
Dan hebben wij iets goeds gedaan.

Russische vrijheid


Als het gekrookte riet in de morgen
de afgebroken takken op het pad
de schuimlaag langs de oevers
het wrakhout aan de kust
verwaaid zand achter duinen.

Een verloren wereld in chaos
verwoest door dreiging en geweld
ontredderd, hopeloos verloren
in waanbeeld, eer, roem en macht
de burger slechts het lot beschoren.

Het lot van ellende en lijden
als heiligst streven voorgesteld
dood als vrijheid geprezen
schone toekomst voorspeld aan hen
die niet weten waar zij voor strijden.

Vluchtelingenstatus


Het land waar hij woonde was misserabel arm
Uitgezogen door dictator met dwang bedreigd
Voor voedselproductie veel te warm
Ieder die protesteert verdwijnt en zwijgt

Hij vlucht naar rijker land om daar te wonen
Geluk te vinden voor hem en zijn gezin
Maar vindt daar geen mens die begrip wil tonen
Hij wordt gemeden vanaf het begin.

Dan komt hij op een reuze goed idee
Hij koopt een pandapak en klimt in bamboe
Hoge heren uit dat rijke land nemen hem mee
En zo komt hij met elan in Nederland.

Rentmeesterschap


Waar is de kracht
Die de bron verspreidt
Die eens de woestijn
Zal bevochtigen
Die dorre doodsheid
Brengt tot leven
Zodat geen plant verschroeit

Waar is de koele fontein
Die onze dorst lest
De zandzee maakt tot paradijs
Met bloemen en bomen
Waarin vogels zingen
Onder blauwe hemel
Boven eindeloze groene weiden

Wie zal dit paradijs besturen
Behouden met liefde en vree
Genietend van goede gaven
Ergens is dit land
Gelegen aan een glazen zee.

Verhaal van de zee


Luister op het duin naar golven der zee
Daar spoelen ondersteund door branding
Verhalen van lang verleden met zich mee

Verhalen van verre landen onbekend
Met kusten van rotsen of palmenstranden
Landen vol schoonheid zo niemand kent

Daar in Atlantisch heerste enkel vree
Geen haat of nijd verscheurde de band
Helaas, ’t is verdwenen in zee.

Slechts enkel de golven kennen ’t verhaal
Het is niet de schoonheid die ooit keert
Maar misschien keert er nog iets mentaal.

Nacht


Als zacht de nacht ontwaakte
met maneschijn en twinkelende ster
boerennachtegaal kwaakte
laatste klokken beierden van ver

verstomde mechanisch geweld
en aan de kim verdwenen laatste stralen
verstrijkende uren werden geteld
een oude man vertelde zijn verhalen

stil zat men bijeen bij lamplicht
en werd het grote boek geopend
met woorden als van een gedicht.

Zomaar zomerdag


Een zachte bries vertelde
dat nog vele dagen
de hemel blauw zou zijn
voor jou en mij
de zon zal schijnen.

Vanaf vele perken
schenen zonnebloemen
madelieven lachten
in gras op het gazon
overal hing rozengeur.

Op het water dreven zeilen
tussen oevers wuivend riet
toegezwaaid door wilgen

spiegel van blauwe hemel
die vertelde in een zachte bries
van nog vele dagen zonneschijn.

UIt ’t jachtveld


Heb gewandeld met m’n hondje
Langs de vredig kabbelende beek vandaag
Dat trok de aandacht van menig blondje
“Wat is dat voor schattig beestje” was hun vraag
“Dit is een echte jachthond” zei ik dan
“Je staat er van te kijken wat hij al niet kan”
“En waarop jaagt uw hondje dan meneer?”
Dan sta ik dus mooi voor schut
Ik kan toch moeilijk zeggen
“Op de mooiste blonde trut”

Werk van de Geest


Als zachte bries door kruinen der bomen
En warme tongen van onblusbaar vuur
Bent U tot de mens op aarde gekomen
Geleidt hem van geboorte tot stervensuur.

U geeft hem de gave van ’t zien en horen
De blijdschap en daag’lijkse verwondering
Van bloemenpracht tot zang der vogelkoren
Zo U ooit schiep zonder uitzondering.

O Heilig vuur doe onze harten kloppen
Gedreven door Hem die U gezonden heeft
Dat wij niet onze oren toe zullen stoppen
Maar erkennen dat Hij is opgestaan en leeft.

Laat ons dan telkens weer om vrede bidden
Om die reden kwam U toch in ons midden.

Met open ogen


Loop langs de horizon mijn kind
In licht der morgenzon
Zie hoe je daar de nieuwe dag weer vindt
Als paradijs zo eens de aard begon.

Loop over het wijde veld mijn kind
Genietend van de rust
Vrijheid die geen ziel daar bindt
Ontspannen en zelfbewust.

Loop over blanke strand mijn kind
En hoor in regelmaat der golven
Het verhaal wat geen mens verzint
De geheimen op de bodem bedolven.

Loop over de wereld met open ogen kind
Zie de schoonheid om je heen
Pracht die iedere mens bijna verblindt
Dit alles kregen wij voor niets te leen.

Goden van de liefde


Dat Amor en Eros verbroederen mogen
En samen dragen de toorts van ‘t liefdesvuur
Alsof ze leven in zelfde tijd op zelfde uur
En ieder mens eens leren elkaar gedogen.

Mensen als Venus en Apollo samen gaan
In eensgezindheid het oorlogsvuur bestrijden
De wereld van honger en ellende bevrijden
Tezamen Ares en Mars door liefde verslaan

Hoe droom ik dat ooit die tijd eens zal komen
Gedreven door een Geest die brengt ons vrede
En waarheid wordt die niet zal blijven bij dromen

Een Geest die elk verzet overwint door rede
Reeds hoort men Hem door zachte bries in bomen
Waarmee Hij ook in ’t paradijs de aard beklede

Verten en ruimten


Ik ben geboren in de vlakke velden
In polders doorkruist met sloten
En langs de oevers wuivend riet
Onder blauwe lucht met witte wolken
Wazig nevelige bossen in ’t verschiet.

Waar vogels ’t luchtruim bevolken
Boeren bewerken hun land
Smaragdgroen zijn de grazige weiden
En zachte bries doet ’t koren golven
Dit vlakke land is mijn vaderland.

Medeleven


Laat mij daar zijn waar ik kan helpen
Waar ik verlichting kan brengen van last
Waar ik verdriet en tranen kan stelpen
Bevrijding van lichaam en ziel van ballast.

Ik wil daar zijn waar ik vrede kan brengen
Vreugde en blijdschap en een gulle lach
Ik wil tranen drogen die de mensen plengen
Door verdriet, teleurstelling of tegenslag.

Ergens zal dat toch ter wereld moeten kunnen
Leven vol liefde, begrip en zorg voor elkaar
Zal men toch aan ieder mens moeten gunnen
Dat wat men ook zelf verlangt, zonder bezwaar.