Nieuwe morgenstond


Stil als toen ligt het veld die nacht
Nergens vind men schapen of herder
Geen ster schijnt helder of zacht
Ook langs de oude stal trekt ieder verder.

Vergeten de tijd van engelenzang
Geen ster die ons de weg zal wijzen
Het duister maakt ons angstig, bang
Op Golgotha zien wij drie kruizen rijzen.

Een stem roept ons daarheen te komen
Te zien het kwaad door ons geschied
Het leed waar wij nu aan ontkomen
Door ‘t Kind, gehangen als een bandiet.

Dan schuilt de zon en scheurt het kleed
Werpen wij ons in schuld ter aarde
En rouwen om ons eigen fout en leed
Wat niemand nog op tijd ontwaarde.

En achter Golgotha rees de morgenstond
Een helder licht bescheen de aarde weer
Verdreef het duister van gewijde grond
Glorie straalde van de opgestane Heer.

Dromer


Noem mij een dromer die blijft dromen
Over tijden vol liefde, rust en vree,
Over tijden die niet schijnen te komen
Over tijden vrij van last, ach en wee.

Noem mij een dromer die blijft dromen
Over een wereld vol met groot geluk
Over beloofde tijden die eens zullen komen
Voor ieder vrijheid, voor niemand druk.

Noem mij een dromer die blijft dromen
Ook tegen verstand en beter weten in
In realisme valt immers niet te ontkomen
Dat we leven in een wereld zonder zin.

Daarom wil ik steeds die dromer blijven
Die oprecht gelooft in liefde en geluk,
Die zijn mening steeds zal schrijven
Geheel in vrijheid, vrij van druk.