Tegen dovemansoren

Waar is mijn denken
als ik gedachteloos staar
naar wolken en einder
in grauw uitzichtloos geheel
van verzonnen muren
die geen ramen kennen

waar zullen mijn woorden
ingang vinden
tegen steile wanden
bezet met afweer
geschuurd en gepolijst
gewreven met olie en was
immer gesloten poorten.

Stemmingen

ruwe branding

Kabbelend met deining voort
van horizon tot horizon
toonbeeld van eenheid en rust
door geen onrust gestoord

Als golven gestuwd door wind
eindeloos van kust tot kust
zo nu en dan blinkend in de zon
verbergend diepe duisternis

of met schuimend geweld
over donkere schaduwen
gedreven door stormen
in woeste branding

in vlokken over ‘t strand
te pletter slaan
tegen hoge rots.

Stelen

Gestolen zijn jaren uit verleden
vergeten en afgedaan
bestaan niet meer in heden
zijn voorgoed heengegaan.

Misschien wil ik niet weten
wat toen ooit is gebeurd
zo snel mogelijk vergeten
waarom ik heb getreurd.

Ik laat mijn tijd niet stelen
nu in hedendaagse tijd
mijn gevoel verdelen
door ongegrond verwijt.

Ik zal naar de toekomst ieder uur
of dagen hoelang ze wezen mogen
stelen in zoet of zuur
naar mijn allerbest vermogen.

Spiegelen


Ben ik wie ik ben?
Wil ik weten wie ik ben?
Geloof niet dat ik beter ben
dan die man die me aankijkt
in de spiegel.
Zijn die ogen, die dwars
door me heen priemen
echt mijn ziel?
Is die angst
mijn levensverhaal?
Die zelfverzekerdheid
het bedrog
dat ik innerlijk uitstraal?
Hoeveel spiegels
moet ik bekijken
voor ik mezelf zie
in de spiegel
van de realiteit
en niet in die van de
klakkeloze volgzaamheid.

Scheiding en grens

Op scheiding van water en land
verschil tussen onzekere en vaste waarde
besloten in onafscheidelijke band
omvattend heel de aarde .

Horizon scheiding van donker en licht
waar zon de dag doet rijzen
tevens einder van het zicht
wijl ’s avonds weer kleuren vergrijzen.

Scheiding van het menselijk begrip,
verder dan elk verschil en horizon
op verre zee een verdwijnend schip
struikelblok waar de wereld niet verder kon.

Rêverie

Voor de poort

Dikwijls zijn mijn gedachten verder
dan mijn stoffelijke schreden
zie ik mijzelf reeds lopen aan de einder
of ergens een nieuw begin betreden
beschenen door warm zonnelicht
in duizenden kleuren beschreven
als muziek, zang…., als gedicht,
in blijde glans van eeuwig leven
waar in wondere tuinen engelen zweven.